Brugge 20 jaar Werelderfgoed!

Brugge 20 jaar Werelderfgoed!


De stad Brugge heeft bijzonder veel aan haar verleden en unieke historische positie te danken. In 1998 werd het Begijnhof erkend als Werelderfgoed, een jaar later kwam ook het Belfort op de lijst en in 2000 volgde het volledige historische stadscentrum van Brugge. Op 30 november is het al twintig jaar geleden dat Brugge werd toegevoegd aan de Unesco Werelderfgoedlijst, een titel die de stad nog steeds met veel trots draagt!

Brugge is een compacte stad met een rijke bebouwing en een weelde aan kunstschatten. Het unieke bouwkundig patrimonium werd door de eeuwen heen zorgvuldig in stand gehouden. Daarnaast beschikt Brugge over indrukwekkende museale collecties, waarvan de belangrijkste deze van de Vlaamse Primitieven is. Ook andere topstukken zijn bewaard in musea, kerken, archieven, stichtingen en in de Openbare Bibliotheek. Dit alles maakt Brugge vandaag een paradijs voor de meerwaardezoeker. De erkenning als Werelderfgoed kwam er hoofdzakelijk omwille van het bouwkundig erfgoed en dit specifiek omdat de stad Brugge als een ‘getuige’ wordt gezien van de architecturale geschiedenis. Het is ook het uitzonderlijk authentieke en integere middeleeuwse stadsweefsel dat zorgde voor de erkenning. Dat Brugge de ‘geboorteplaats’ was van de school van de Vlaamse Primitieven, speelde eveneens een cruciale rol.

Kernzone

Aan een erkenning als Werelderfgoed worden meteen enkele essentiële documenten gekoppeld. Eerst en vooral wordt de juiste afbakening van de Werelderfgoedzone op een kaart aangeduid. Voor de Brugse binnenstad is deze afbakening gebaseerd op de nog meest duidelijk aanwezige restanten van de tweede stadsomwalling uit het einde van de dertiende eeuw: de buitenzijde van de ringvaart aan de oostelijke zijde, de Vestinggracht van het Zuiden tot het Westen en dan via de Filips de Goedelaan, de Koningin Elisabethlaan en de Komvest naar het noorden van de stad toe.

De Brugse Werelderfgoedzone heeft een totale oppervlakte van 410 hectare en is daarmee veruit de grootste (en meest complexe) van heel België en bij uitbreiding de hele Benelux.

Nieuwe architectuur in historische context

Unesco verwacht van Vlaanderen, dat als ‘state party’ aanspreekpunt en verantwoordelijke is, en van de stad Brugge, de ‘site manager’, dat zij de attributen goed beheren en een mogelijke aantasting ervan vermijden. Een geïntegreerde totaalvisie en dito aanpak van de historische binnenstad is hiervoor onontbeerlijk. Het Structuurplan Brugge, de ‘gele bijbel’, blijft daar meer dan 45 jaar na datum nog steeds een van de beste voorbeelden van. Het behoud van het middeleeuwse patrimonium in al haar vormen staat voorop. De Dienst Monumentenzorg houdt eraan om gebouwen die verbouwd zullen worden, steeds te bezoeken om in kaart te brengen welke erfgoedelementen er nog aanwezig zijn. Eigenaars, architecten en aannemers worden steeds opnieuw aangespoord en gesensibiliseerd hier oog voor te hebben, deze zaken te respecteren en op de juiste manier te herstellen.

Brugge heeft tot op vandaag dan ook een belangrijk deel van haar middeleeuws patrimonium, stratenpatroon en kleinschaligheid behouden. Opmerkelijk is ook dat de meeste gebouwen uit latere eeuwen zich qua schaal en ritmiek aan de middeleeuwse context hebben aangepast. Toch is de impact van de negentiende eeuw erg groot. Enerzijds vormt de intrede van de gepleisterde lijstgevel een echte breuk met het verleden. Anderzijds doet de romantiek zijn intrede en wordt een ’neo-Brugse stijl’ ontwikkeld, gaande van neogotiek tot eclecticisme. Deze stijl wordt gepropageerd als middel om de authenticiteit te vrijwaren en de attractiviteit van de stad te verhogen.

Ook na de Eerste Wereldoorlog houdt het stedelijk beleid zich aan de regel dat ’modern’ bouwen enkel kan buiten de grenzen van de historische binnenstad. Toch krijgen enkele nieuwe straten in de binnenstad een architectuur in art deco, of beïnvloed door de Haagse school en het vroeg-modernisme. De ontwikkeling van het Gezellekwartier vanuit de tuinwijkgedachte is dan weer op stedenbouwkundig vlak vernieuwend. Na de Tweede Wereldoorlog komt de stad in een soort crisissituatie terecht met een neerwaartse spiraal van verkrotting en sloop. Pas in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw komt er een kentering.

In die periode veranderde ook de functie van de Brugse binnenstad. Het stadscentrum verloor inwoners aan haar deelgemeenten en ook de economische bedrijvigheid trok zich in belangrijke mate terug op bedrijventerreinen buiten het stadscentrum en rond de haven. Brugge werd, als gevolg van de herwaarderingscampagnes na 1970, in toenemende mate een ‘zachte’ woonstad met culturele centra en onderwijsinstellingen, een aanzienlijk aantal dienstverlenende sectoren en een bloeiend toerisme.

Botst het heden met het verleden in Brugge?

Er zijn weinig steden waar meer zorg wordt besteed aan het bouwhistorisch vooronderzoek van de panden in de binnenstad dan in Brugge. Steeds gaat behoud voor vernieuwing. Sloop en nieuwbouw worden pas gunstig geadviseerd als het bestaande onvoldoende erfgoedwaarde bezit. Naast de sector verantwoordelijk voor het Unesco Werelderfgoed, adviseert ook de Raadgevende Commissie Stedenschoon alle nieuwbouwprojecten. Zij evalueert de schaal, ritmering, materialisatie en esthetische uitwerking van het project naar het straatbeeld toe. Enerzijds leidt deze werkwijze tot een aantal projecten die zich bijzonder traditioneel en onopvallend in het stadslandschap inpassen. Andere architecten slagen er wonderwel in om binnen de gestelde, strenge criteria heel vernieuwende stappen te zetten en projecten te realiseren die de stad toelaat de geest van vandaag uit te stralen.

Precies deze nieuwbouwprojecten vertellen het verhaal van de stad. Elke eeuw vraagt zijn eigen getuigen en versterkt de gelaagdheid van de stad. In Brugge wordt sinds meer dan veertig jaar een beleid gevoerd van behoud en herstel van het bestaande waardevolle patrimonium en stadsweefsel, maar ook van kwalitatieve hedendaagse architectuur die zich vertaalt op schaal van de stad.

Brugge wil naast een waardevolle historische stad ook een herkenbare stad voor en van deze tijd zijn, waarbij kwalitatieve hedendaagse realisaties de kans krijgen om opgenomen te worden in het doorlopende verhaal van de architectuurgeschiedenis.

Levende stad: authentiek shoppen  

Naast de aanwezigheid van erfgoed in straten, pleinen en publieke gebouwen, valt er nog heel wat te ontdekken in private gebouwen die vandaag door hun handelsfunctie toegankelijk zijn. Winkels waarvan de inrichting gedurende decennia onaangeroerd bleef, bars in middeleeuwse opslagkelders, gastenkamers in notabele herenhuizen; ze zijn vaak van groot belang voor de kleine plaatselijke geschiedenis. Ze vertellen het unieke verhaal van opeenvolgende generaties uitbaters, bieden een blik op minder gekende plekjes van historische gebouwen en dragen door hun historische en culturele bagage bij tot de identiteit van de stad.

Deze traditie sluit naadloos aan bij het internationale handelsverleden van Brugge, dat sinds de late middeleeuwen gericht was op het ontvangen en zo lang mogelijk ter plaatse houden van gegoede buitenlanders. Vandaag is iedereen er welkom en is elke meerwaardebezoeker die op zoek is naar authentieke ervaringen, aan het juiste adres in Brugge!



Meer nieuws uit de streek


Heel wat West-Vlamingen kwamen voor op de …

Welzijnsvereniging Mintus bedankt de volledige equipe van …