“Hoe meer coureurs de eindstreep halen, hoe beter”

“Hoe meer coureurs de eindstreep halen, hoe beter”


Copyright foto: KU Leuven - Layla Aerts

Voor virologen is 2020 een ongewoon druk jaar geworden. Daar kan ook Johan Neyts – hoogleraar aan de KU Leuven – van meespreken, want als internationaal gerenommeerde viroloog beleeft hij bijzondere tijden. Toch heeft hij, tussen het vele werk door, heel eventjes tijd gevonden om met ons te spreken over de coronapandemie, de zoektocht naar een vaccin, en over Blankenberge, waar hij is geboren en getogen.

Hoe was het om op te groeien in het rustige Blankenberge?
Dat is natuurlijk al eventjes geleden. (lacht) Ik ben opgegroeid tussen stad en boerenbuiten, op een boogscheut van de polders en het strand. Als jonge kerel ging ik naar het Sint-Pieterscollege, dat was heel plezant. Ik kan echt wel zeggen dat ik een onbezorgde jeugd heb gekend.
De interesse in biologie en natuur was al heel vroeg aanwezig, zo kon ik er als kind enorm van genieten om op het strand schelpen te gaan rapen en die te bestuderen. Bovendien hadden vrienden van mijn vader een boerderij, waar ik vaak te vinden was.

Laat uw drukke agenda het toe om af en toe terug te keren naar uw heimat?
Ik probeer regelmatig mijn ouders te bezoeken, die er nog steeds wonen. Al is het dit jaar natuurlijk een pak minder geweest, omwille van de lockdown. Gelukkig hebben we heel vaak contact via whatsapp.

U vertelde dat u als kind reeds gefascineerd was door biologie en natuur. Hoe bent u uiteindelijk in de wetenschap – en dan meer bepaald in de afdeling virologie – gerold?
Dat is grotendeels toeval geweest. Toen ik afstudeerde, kreeg ik een paar aanbiedingen om medewerker of assistent te worden aan de KU Leuven. Eén van die jobs bood me de mogelijkheid om samen te werken met professor Erik De Clercq, mijn mentor. Hij was toentertijd bezig met het bestrijden van hiv, wat me enorm boeide. Ik wilde immers werk verrichten dat medisch relevant was, en zette daar mijn eerste stappen in de wereld van de virologie. Stilaan leerde ik meer en meer over virussen en kreeg ik zelfs de mogelijkheid om in de Verenigde Staten te gaan werken en wonen om me te verdiepen in mijn studiegebied. Onze dochter is in die periode overigens geboren in Amerika.
Destijds werkten we enkel rond therapieontwikkeling – oftewel virusremmers – zoals bij het hiv-virus wordt gebruikt. Zo’n achttal jaar geleden begonnen we in mijn team ook met het ontwikkelen van vaccins.  Nu werkt ongeveer de helft van het team op ontwikkelen van vaccins en de andere helft op virusremmers. We bouwden ook een volautomatisch hoog bioveiligheidslabo dat uniek is in de medische wereld.  Daarin zoeken we 24/7 naar virusremmers tegen corona. Héél recent hebben we trouwens gepubliceerd dat Favipiravir, een Japans middel tegen de griep in proefdieren – weliswaar aan hoge dosissen – ook goed werkt tegen SARS-CoV2.

Copyright foto: KU Leuven – Layla Aerts

Jullie zijn dus druk bezig met het ontwikkelen van een vaccin tegen het coronavirus. Wanneer denken jullie dit af te hebben?
Normaal duurt het minstens 10 jaar om een vaccin te ontwikkelen, maar dat zal nu natuurlijk een pak sneller moeten gaan. Wij zijn in januari begonnen met de ontwikkeling en maken gebruik van een vaccin dat reeds bestaat, namelijk dat tegen gele koorts. Dit is een vaccin dat al vele lange jaren wordt gebruikt, ondertussen bij bijna 800 miljoen mensen werd gebruikt en zeer veilig is. Met 1 injectie word je levenslang beschermd tegen het virus, en dat is wat wij ook beogen met ons coronavaccin. Ons coronavaccin werkt bijzonder goed bij proefdieren. Een externe partij is nu bezig met de opschaling richting productie voor klinische studies.  Als dat allemaal goed mee zit, hopen we het in 2022 te kunnen verdelen.

Wil dat betekenen dat we nog minstens een jaar zullen moeten wachten?
De koplopers, of toch enkelen ervan, zullen hoogstwaarschijnlijk al in 2021 een vaccin op de markt brengen. Maar er zijn bijna 8 miljard mensen op aarde, er zullen dus heel wat soorten vaccins nodig zijn, gebaseerd op verschillende technieken. We mogen de race naar een vaccin zeker niet als een wedloop zien waarbij we het tegen mekaar opnemen. Het is veeleer een strijd die we samen moeten voeren tegen het virus. Ik vergelijk de race naar een vaccin graag met de koers. Hoe meer goeie coureurs de eindstreep halen, hoe beter. Er is natuurlijk altijd iemand die de eerste is, maar uiteindelijk zal het erg van belang zijn dat verschillende goede kandidaten de eindmeet halen. 
Het is niet gezegd dat de eersten die een vaccin ontwikkelen, daarom ook het beste vaccin zullen hebben. Sommige vaccins zul je regelmatig opnieuw moeten injecteren, bij andere – zoals dat van ons – is er goede kans dat de protectie lang, wie weet zelfs levenslang zal blijven bestaan. Dit is vooral belangrijk in arme en (sub)tropische uitgestrekte gebieden, denk maar aan vele Afrikaanse landen. Daar is het bijna onbegonnen werk om de bevolking om de zoveel maanden samen te brengen om zich te laten vaccineren. Een ‘one shot’ vaccin kan daar van levensbelang zijn.

Niettemin wordt er af en toe nieuws verspreid die de wenkbrauwen doet fronsen. Is er geen kans dat malafide bedrijven er toch een wedloop van willen maken en risico’s zullen nemen om als allereerste het vaccin in handen te krijgen?
Wereldwijd worden vaccins volgens heel strikte regels ontwikkeld. Er komen talloze studies bij kijken vooraleer een vaccin veilig genoeg wordt verklaard om op mensen te testen. In Europa volgt de EMA alles tot in de kleinste details op, in de Verenigde Staten is dit de FDA. Die instanties zorgen ervoor dat cowboytoestanden geen kans krijgen. Er zijn natuurlijk enkele landen die twijfelachtig te werk gaan, maar die vormen gelukkig een uitzondering.

Een ander mogelijk probleem waar al veel inkt over is gevloeid, zijn de mensen die zich niet willen vaccineren. Er wordt gevreesd dat ook een mogelijk coronavaccin niet door iedereen op enthousiasme zal worden onthaald.
Iedereen is natuurlijk vrij om zelf te kiezen en we kunnen niemand verplichten tot vaccinatie. Al mogen we absoluut niet onderschatten hoe belangrijk dit is. Dankzij een goed vaccinatiebeleid zijn levensbedreigende virussen sterk teruggedrongen, of zelfs uitgeroeid – denk maar aan polio, de pokken, mazelen of rodehond.  Pokken en polio gaven echt héél ernstige problemen en kwamen heel veel voor. Dankzij wereldwijde vaccinatiecampagnes zijn pokken sedert 1979 uitgeroeid en voor polio is men dichtbij de uitroeiing. Maar omdat – net door het succes van vaccinatie – deze virussen niet meer voorkomen, zien mensen ook niet meer welke schade ze aanrichten en beseft men vaak niet meer dat dit net te danken is aan vaccins.
Vaccinaties zullen altijd nodig zijn. Wat vaccins doen is het immuunsysteem trainen om een besmettelijke vijand te herkennen en te neutraliseren. Vergelijk het met voetbal. Een vaccin leert je immuunsysteem om virussen weg te shotten. Hoe beter het afweersysteem door goede vaccins daarop geoefend wordt, hoe beter je lichaam wordt in het neutraliseren van die virussen of bacteriën als ze ons aanvallen.

Copyright foto: KU Leuven – Layla Aerts

Onder enkele virologen heerst openlijk onvrede over de te soepele aanpak die de overheid hanteert. Hoe staat u tegenover de maatregelen die door de overheid worden opgelegd?
Bij het begin van de zomer heeft men bij de versoepelingen de teugels veel te snel losgelaten, zonder af te wachten wat de gevolgen zouden zijn. Men was er te gerust in dat het allemaal wel goed zou komen, maar het virus houdt nu eenmaal van veel mensen die dicht bij mekaar vertoeven.
Niettemin is het, als het enigszins mogelijk is, belangrijk dat een maatschappij zo goed en zo kwaad als kan, verder blijft draaien. De eerste lockdown was absoluut nodig om catastrofes zoals in Italië te vermijden. Ondertussen zijn we meer dan een half jaar verder, het aantal besmettingen neemt nu enorm toe. De enige reden is dat velen niet voorzichtig genoeg geweest zijn; de vele mensen die wel voorzichtig waren, zijn daar nu de dupe van. Ik hoop echt dat we een nieuwe, gedeeltelijke lockdown nog zullen kunnen vermijden, maar daarvoor zullen we met zijn allen ons gezond boerenverstand moeten gebruiken. Voldoende afstand houden, vaak je handen wassen en zo veel mogelijk een mondmasker dragen, zo eenvoudig is het.
Ik wil eraan toevoegen dat vele sectoren, zoals de horeca en de winkels, enorme inspanningen hebben geleverd om het ons zo veilig mogelijk te maken. Het is voor die mensen dan ook zuur te zien dat er door het onverantwoord gedrag van een deel van de bevolking nu weer sluitingen dreigen. Ik zie heel veel goodwill bij heel veel mensen en dat stemt me positief. Maar anderen maken er een echt zootje van, denk maar aan sommige studenten in de Overpoort in Gent of op de Oude Markt in Leuven. Iedereen moet zijn of haar verantwoordelijkheid nemen. Als we allemaal samen ons best doen, dan geraken we er wel door.

Dan rest ons de hamvraag: denkt u dat we ooit helemaal van het coronavirus af geraken?
(schudt hoofd)  Dit virus zal blijven. We zullen er mee moeten leren leven, maar eens goede vaccins breed uitgerold zijn, zal het leven stilaan normaliseren. Met virussen zoals deze zullen we in de toekomst nog rekening moeten houden. Maar dat hoeft niet zo negatief te zijn als we denken. In elk geval is het voor deze pandemie zo dat het nog wel even zal duren voor het weer ‘business as usual’ zal zijn. We zullen onze verantwoordelijkheid moeten nemen naar bijvoorbeeld de kwetsbaren en ouderen. Niet alleen op puur medisch vlak, maar ook mentaal. Wie dus niet meer bij z’n oma of opa op bezoek kan gaan, zal andere manieren moeten vinden om contact te houden. Bel hen eens wat vaker, of stuur een whatsappje, want in coronatijden zal hen dat nog veel meer deugd doen dan anders.
We hebben de laatste maanden zoveel bijgeleerd over dit virus en de aandoening, dat ik echt geloof dat we stap per stap de goede richting uit gaan. Daar moeten we ons aan vasthouden! Leve de optimisten!




Meer nieuws uit de streek


Op maandag 26 oktober wordt aangevat met …

Tijdens deze nare coronaperiode zijn heel wat …